Vanaf 1 januari 2020 zijn er zwaardere straffen voor roekeloosheid in het verkeer. Roekeloosheid een begrip uit de Wegenverkeerswet. De nieuwe wet noemt specifiek twaalf roekeloze gedragingen. De wijziging betekent dat bij een verkeersongeval met dodelijke afloop of ernstig letsel een gevangenisstraf van maximaal 6 jaar kan worden opgelegd. In dit artikel leg ik uit wat artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 in de praktijk betekent.

Waarom een nieuwe wet?

De regering heeft de wet ingevoerd, omdat roekeloos rijgedrag met ernstige gevolgen zoals ernstig letsel of een dodelijke afloop relatief (te) laag werd bestraft. Dit leidde tot veel maatschappelijke verontwaardiging en onbegrip bij slachtoffers en nabestaanden van verkeersdelicten. De rechter moest namelijk kunnen vaststellen dat er sprake was van “zeer onvoorzichtig gedrag waarbij welbewust onaanvaardbare risico’s werden genomen” door de bestuurder. Bij een kat- en muisspel, een snelheidswedstrijd of een (politie)achtervolging oordeelde de Hoge Raad dat de buitengewone onvoorzichtige gedraging met zeer groot risico straf verzwarende gevolgen rechtvaardigde.[1] De term roekeloosheid was aanvankelijk voorbehouden aan gevallen die dicht tegen het (voorwaardelijk) opzet aanlagen, als de verdachte zijn eigen belang bij het spel of de race waarin hij was verwikkeld welbewust boven alles stelde ten koste van extreme risico’s voor andere verkeersdeelnemers.[2] Deze juridisch hoge lat kon slechts zelden worden bewezen waardoor de straffen relatief laag waren in verhouding tot de ernst van de gevolgen.

Wat is er veranderd na 1 januari 2020?

De nieuwe regel breidt het bereik van roekeloosheid fors uit. De nieuwe wettelijke regeling sluit intussen weer aan bij de oorspronkelijke bedoeling die de wetgever had met de term roekeloosheid.[3] Op basis van de nieuwe wet kan bij bepaalde verkeersdelicten de gevangenisstraf worden verdubbeld van de ‘gewone’ drie jaar naar zes jaar. In de wet zijn nu twaalf opzettelijke verkeersgedragingen opgenomen, die als roekeloos gelden:

  • onvoldoende rechts houden op onoverzichtelijke plaatsen;
  • gevaarlijk inhalen;
  • negeren van een rood kruis;
  • over een vluchtstrook rijden waar dit niet is toegestaan;
  • inhalen voor of op een voetgangersoversteekplaats;
  • niet verlenen van voorrang;
  • overschrijden van de krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid;
  • zeer dicht achter een ander voertuig rijden;
  • door rood licht rijden;
  • tegen de verkeersrichting inrijden;
  • tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden;
  • niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van deze wet bevoegde personen.

In de praktijk betekent dit dat roekeloosheid eenvoudiger te bewijzen zal zijn, bijvoorbeeld als iemand opzettelijk door rood rijdt of het tijdens het rijden handmatig WhatsApp gebruikt op zijn mobiele telefoon. Dat is dan namelijk de verboden gedraging en daarmee staat de roekeloosheid vast. Dit betekent dat een verdachte van een verkeersdelict, waarbij een dodelijk of ernstig verwond slachtoffer te betreuren is, rekening moet houden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere jaren.

Hoe hoog kan de straf zijn?

Bij een opzettelijke verkeersovertreding, waarbij levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel voor een slachtoffer het gevolg is, heeft de rechter de mogelijkheid om zwaardere straffen op te leggen door de ruimere toepassing van het begrip roekeloosheid. De lijst is niet uitputtend en kan in de toekomst de vraag opwerpen welke gedragingen nog meer als roekeloos zullen gelden.[4]  Wanneer men zich schuldig maakt aan dit rijgedrag kan de rechter een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar of een geldboete van € 21.750 opleggen, naast een eventuele taakstraf en/of een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen.

[1] HR 16 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1656 (Filefuik).

[2] HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:959, m. nt. N. Keijzer (De roekeloze automobilist).

[3] Kamer II 2018-2019, 35086, 4.

[4] Idem.