Op 1 december aanstaande wordt de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen COVID-19 van kracht. Dit als wijziging op de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19. Hierin is alleen de verplichting voor het dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer opgenomen. Nu heeft het kabinet het concept van de nieuwe Ministeriële regeling ter consultatie voorgelegd. Daarna debatteren de Eerste en Tweede Kamer over de regeling. De regeling kan worden gewijzigd naar aanleiding van de debatten.

Het kabinet vindt het dragen van een mondkapje noodzakelijk, omdat het dragen van mondkapjes bijdraagt aan het tegengaan van verspreiding van het virus. Ook kan het van levensbelang zijn op het moment dat sprake is van verregaande verspreiding van het virus. De regeling betreft medische en niet-medische mondkapjes. Een shawl of bandana voldoet niet als vervanging voor het mondkapje.

Publieke binnenruimtes

De mondkapjesplicht geldt voor personen vanaf 13 jaar en ouder in publieke binnenruimten. Voorbeelden van publieke binnenruimten waar de verplichting geldt, zijn; winkels, musea, benzinestations, restaurants, cafés, theaters en concertzalen. Voor publieke plaatsen die zowel een binnen- als buitengedeelte hebben, geldt de verplichting alleen binnen. Voor restaurants, theaters en concertzalen geldt dat het mondkapje af mag wanneer men plaatsneemt op een toegewezen plaats. Echter, wanneer men opstaat, dient het mondkapje weer gedragen te worden. De beheerder van de zitplaatsen houdt toezicht of men zich aan de verplichtingen houdt. Kerken, moskeeën en synagogen vallen niet onder de regeling.

Onderwijs

De verplichting geldt op scholen, maar niet wanneer men zit of een vaste staanplaats heeft toegewezen gekregen of als het mondkapje een belemmering vormt voor het onderwijs. Een leraar mag zitten zonder mondkapje. Als hij rondloopt in de klas is hij verplicht tot het dragen van een mondkapje. Bij een belemmering in het geven van onderwijs valt te denken aan lessen gymnastiek, zang, dans en/of toneel of bepaald praktijkonderwijs. De mondkapjesplicht geldt expliciet niet voor basisscholen en scholen in het lager bijzondere onderwijs.

Contactberoepen

Bij contactberoepen geldt dat de beoefenaar en de klant of patiënt verplicht zijn tot het dragen van een mondkapje. Uitgezonderd zijn kinderen tot 13 jaar en sekswerkers met hun klanten tijdens het klantcontact. Ook zijn personen uitgezonderd die behandeld worden aan hun gezicht bij een bezoek aan iemand met een contactberoep, bijvoorbeeld bij een schoonheidsspecialiste of een tandarts.

Uitzonderingen

Van de gehele regeling zijn personen met een fysieke, verstandelijke of psychiatrische beperking of chronische ziekte uitgezonderd. Ook sporters, acteurs, beeldende kunstenaars en deelnemers van media opname zijn vrijgesteld tijdens de uitvoering van hun sport/werk. Werkzaamheden achter de schermen bij media opnames, bijvoorbeeld een regisseur of cameraman, zijn niet uitgezonderd van het dragen van een mondkapje tijdens de opname.

Verplichting werkgevers

Werkgevers moeten in situaties waar de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing is, zoals wanneer er sprake is van een relatie tussen werkgever en werknemer, ook de verplichtingen op grond van die wet in acht nemen. Zo moet geïnventariseerd worden welke risico’s de arbeid met zich meebrengt, waaronder het risico op besmetting met het virus, gelet op artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Vervolgens moet de werkgever passende maatregelen treffen.

Boete

De boete voor het overtreden van de mondkapjesverplichting is nu vastgesteld op € 435. De lagere boete van € 95 uit de regeling geldt alleen voor de overtreding van het niet veilig afstand houden tot anderen. Voor de overige boetes die onder Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 vallen, geldt (nog) een bedrag van € 435. Maatschappelijke organisaties dringen bij het kabinet aan om de boete voor het niet dragen van een mondkapje terug te brengen tot € 95.

Tot slot

Het kabinet meent dat niet-medische mondkapjes geen volledige bescherming bieden tegen de verspreiding van virusdeeltjes. Hierdoor kan een mondkapje niet als vervanging van social distancing en (hand)hygiënemaatregelen worden ingezet. Het blijft om die reden van belang om afstand te houden, handen te ontsmetten, in de elleboog te niezen en hoesten en thuis te blijven bij klachten.

Conclusie

Bij een ongewijzigde regeling kan vanaf 1 december aanstaande het niet dragen van een mondkapje in publieke binnenruimtes leiden tot een boete van € 435, een strafblad en mogelijke consequenties voor een Verklaring Omtrent het Gedrag.